Franse werkwoorden opzoeken en oefenen
Zoek ook op een vervoegde vorm: suis → être, prenons → prendre, j'irai → aller
Veelgebruikte werkwoorden
Tijden
- PrésentWat nu gebeurt, wat altijd zo is en wat vast gepland staat.
- Passé composéMeestal een gebeurtenis in het verleden die je als afgerond ziet.
- ImparfaitMeestal een beschrijving, gewoonte of situatie in het verleden, waarbij begin en eind er niet toe doen.
- Futur simpleDe toekomst, vooral bij plannen en voorspellingen.
- Plus-que-parfaitIets dat vóór een ander moment in het verleden al gebeurd was.
- Conditionnel présentWat zou gebeuren, beleefde verzoeken en wensen.
- Subjonctif présentVaak na uitdrukkingen van moeten, willen, gevoel en twijfel, meestal in een bijzin met que.
- ImpératifOpdrachten en verzoeken.