Duitse werkwoorden opzoeken en oefenen
Zoek ook op een vervoegde vorm: bin → sein, ging → gehen, fängt an → anfangen
Veelgebruikte werkwoorden
Tijden
- PräsensWat nu gebeurt, wat altijd zo is, en vaak ook wat nog komt.
- PräteritumVooral in geschreven verhalen en berichten over het verleden.
- PerfektDe gewone verleden tijd in gesproken Duits.
- PlusquamperfektIets wat al gebeurd was vóór een ander moment in het verleden.
- Futur IWat in de toekomst gebeurt, vooral als je iets voorspelt of belooft, of als niet uit de zin blijkt dat het om later gaat.
- Konjunktiv IIWat niet echt is of niet zeker: een wens, een voorwaarde die niet waar is, of een beleefd verzoek.
- ImperativVoor een opdracht, een verzoek of een advies.