Duitse werkwoorden
20 werkwoorden
- findenonregelmatigvinden
- gebenonregelmatiggeven
- gehenonregelmatiggaan; lopen
- habenonregelmatighebben
- kommenonregelmatigkomen
- könnenonregelmatigkunnen
- lassenonregelmatiglaten
- machenmaken; doen
- müssenonregelmatigmoeten
- nehmenonregelmatignemen
- sagenzeggen
- sehenonregelmatigzien
- seinonregelmatigzijn
- sollenonregelmatigmoeten; zullen
- stehenonregelmatigstaan
- stellenzetten (rechtop)
- tunonregelmatigdoen
- werdenonregelmatigworden
- wissenonregelmatigweten
- wollenonregelmatigwillen
Meest gebruikt betekent hier: hoe vaak de vormen van een werkwoord voorkomen in Duitse teksten van allerlei soort, zoals ondertitels, Wikipedia, boeken en nieuws (wordfreq).